Jaarverslag 2008
Sinds medio 2005 bestaat binnen de Wageningse afdeling van GroenLinks het GroenLinks Landbouwnetwerk Wageningen. Het netwerk bestaat uit circa 20 leden, experts op het gebied van landbouw en groen.
Waar de landelijke Landbouwwerkgroep van GroenLinks zich vooral richt op plattelandsbeleid, biologische landbouw en een andere intensieve veehouderij in Nederland, bedoelt het GroenLinks Landbouwnetwerk Wageningen aanvullend van betekenis te zijn ten aanzien van de voedselzekerheid en gangbare landbouw. De voedselvoorziening in West-Europa vindt nu eenmaal voor minstens 95% door de gangbare landbouw plaats. Daarbij gaat het Landbouwnetwerk Wageningen vooral om het ontwikkelen van een visie op de langere termijn, terwijl de landelijke Landbouwwerkgroep meer inspeelt op de agenda’s van de fracties in Den Haag en Brussel. Die visie brengt het landbouwnetwerk dan in op programmacongressen e.d. Dit speelde dus in 2008 bij de Wageningse beginseldiscussie, het Toekomstcongres november 2008 en het Europrogramma 2009-2014.
Debat Voedselzekerheid
Op 8 februari 2008 stelde het Landbouwnetwerk een substantieel deel van de GroenLinkse Brusselse fractie, namelijk fractieassistent Niels van den Berge, bloot aan haar visie op Voedselzekerheid. Leveren we in Europa de voedselzekerheid en de boeren uit aan de grillen van de wereldmarkt of hebben regeringen hier een eigen verantwoordelijkheid in handel en markt? De voedselsoevereiniteit die het laatste impliceert, voelt bij GroenLinks niet altijd goed omdat het riekt naar protectionisme, invoerbelemmeringen voor ontwikkelingslanden, en nog meer subsidies voor milieuvervuilende en natuurverpestende landbouw. Niet alleen met Niels leidde dit tot een stevige discussie. Vanuit het Landbouwnetwerk werden op dit vlak ingezonden brieven geplaatst in GroenLinks Magazine (2x), Agrarisch Dagblad (2x), NRC, Trouw, uiteraard op persoonlijke titel van de secretaris.
De groen-libertaire trend, waarbij de eerste beste GroenLinks (Rand-)stedeling het liefste landbouw en dierhouderij ziet vertrekken en dat nog bereikt ook door soepel mee te geven aan de liberalisering, heeft gelukkig zijn sterkste tijd gehad. De voedselcrisis heeft mores geleerd. De onwil ten aanzien van onze inzet voor voedselzekerheid met behulp van productiebeheersing en bordersupports is veel minder geworden.
Op 19 november 2008 gaf het Landbouwnetwerk een presentatie op basis van cijfermateriaal over Voedselzekerheid voor het Wetenschappelijk Bureau van Groenlinks in Utrecht. Dit droeg belangrijk bij aan een betere positie van landbouw in het hart van de partij. Het leidde tot een heuse adviesaanvraag van het Wetenschappelijk Bureau, namelijk in hoeverre genetische modificatie voor de arbeidsproductiviteit in ontwikkelingslanden belangrijk zou kunnen zijn. Inmiddels werd over dit onderwerp ook inbreng, in het bijzonder door Steven Groot, geleverd bij de landelijke Landbouwwerkgroep van GroenLinks en bij de Eerste Kamerfractie. Waar al decennia bij de productie van bijvoorbeeld kaas, wasmiddelen en medicijnen van genetisch gemodificeerde bacteriën gebruik gemaakt wordt, is bij het grote publiek nog grote emotionele weerstand tegen benutting van wetenschappelijke kennis over genen bij veredeling bij planten. Inmiddels is er al wel een verandering te bespeuren bij cisgenese (dus waar men binnen de soort blijft en niet soortgrenzen overschrijdt). Het beschikbaar komen van een tegen fytophthora resistent ras, wat honderdduizenden tonnen landbouwgif zal besparen, doet velen door de bocht gaan en niet bij voorbaat afwijzend staan tegen het accepteren van een nieuw ras op basis van genetische modificatie. Overigens bemoeilijkt het feit dat pas vanaf 0,1% aanwezigheid ggo gedetecteerd kan worden de discussie over gentechvrije zones, waarbinnen dus biologische landbouw zou kunnen gaan plaatsvinden met absolute zekerheid van 0% vervuiling. Mogelijk zal men ook hier, evenals bij diverse andere aspecten, pragmatisch moeten worden. Vermoedelijk zal het onderwerp Genetische modificatie in 2009 veel aandacht gaan vergen van het Landbouwnetwerk.